Slow-mo Nanowrimo; de eerste week

Na ruim een week schrijven zit ik op 9133 woorden. Dat is goed op schema. Ik ben nu aan het uitschrijven wat ik van te voren al bedacht had, over een week of twee wordt het crisis, want dan moet ik iets met het plot gaan doen. Plot, heb ik geleerd, is niet mijn sterke kant. Oeverloze mijmeringen, beschrijvingen van het weer, innerlijke conflicten, daar zal ik waarschijnlijk het grootste deel van die 75.000 woorden aan besteden.

Ik heb deze week al een paar dingen geleerd:

– ik ben nog beter in schrijfontwijkend gedrag dan ik al dacht

– internet is wat dit betreft staatsvijand nr. 1

– als ik het programma Freedom aanzet is het geen probleem om mijn woordenquota te halen. Freedom blokkeert het internet op je computer. Je voert in hoelang je zonder internet wil/moet, en dan kan je er ook echt niet op tot de tijd om is.

– De sociale druk werkt geweldig. Op het schoolplein, tijdens literaire avondjes, thuis, op facebook, overal word ik met mijn prozaprojectje geconfronteerd.

– Het is leuk, en de momenten dat het niet leuk is, is het op zijn minst heel interessant, om met een lang verhaal bezig te zijn. Het voelt als verdwalen in een grote, vriendelijke stad.

Als afsluiting, dit citaat van Esther Gerritsen in het blad ‘Schrijven’:

Eén schrijftip: wees in eerste instantie niet bezig met de vorm. Die komt wel. Zelf schrijf ik alles eerst heel expliciet op, ongeacht show of tell. Dan weet ik tenminste waarover ik het heb. Denk: vandaag ga ik een kutboek schrijven. Deze zin is kut. En die alinea is nog erger, totdat je merkt, hé, nu wordt het interessant. Daarmee ontsla je jezelf van de gedachte: is het wel goed wat ik opschrijf? Nee, natuurlijk is het niet goed, maar je gaat wel dóór.”

 

Slow-mo Nanowrimo begint vandaag

Een van mijn ‘schrijfdoelen’ voor dit jaar is het schrijven van een roman. Ik ben al vaak begonnen, maar rond hoofdstuk drie geef ik het dan weer op. Ik laat zo’n project eerst een week liggen (even geen zin), nog een week (drukdruk), dan lees ik het een maand later nog eens en zegt het me allemaal niks meer.

Om het deze keer wel te laten lukken, heb ik de kunst afgekeken bij Nanowrimo. Daar schrijven mensen 50.000 woorden proza in de maand november. Ik ga net als de nanowrimo-ers puur voor de kwantiteit, niet de kwaliteit van de tekst. In drie maanden ga ik 75.000 woorden schrijven. Dat is per week zo’n 6000 woorden.

Ik ben gevoelig voor deadlines, beloningen en sociale druk. Daarom heb ik met mijn lieftallige echtgenoot tussentijdse deadlines afgesproken met bijbehorende beloningen. (De aard van deze beloningen laat ik even aan jullie fantasie over). De sociale druk hoop ik op te voeren door hier elke donderdag verslag te doen van mijn vorderingen. Voor je wekelijkse portie leedvermaak moet je dus hier zijn.