Wat ik van Nanowrimo heb geleerd (zodat jullie niet mee hoeven doen)

Elke November doen honderdduizenden mensen (in 2015 waren het er 431,626) van over de hele wereld mee aan ‘National Novel Writing Month’. Een van oorsprong Amerikaans initiatief om gedurende die maand een roman te schrijven van minimaal 50.000 woorden. Dat komt neer op 1676 woorden per dag. ‘Welke gek doet nou zoiets?’ zou je kunnen denken, gevolgd door ‘Dat lukt toch nooit.’ Als je er iets langer over nadenkt: ‘Daar komt toch alleen maar pulp uit voort?

A) Ik ben inderdaad niet helemaal normaal, en over de andere mensen die meededen heb ik ook zo mijn twijfels.

B) Het is me niet gelukt om de 50.000 woorden te halen (ben bij 44.000 blijven steken). Ik heb twee keer eerder meegedaan en ook toen heb ik de 50.000 woorden niet gehaald. (Waarom het dan nog een derde keer proberen? Zie A)

C) Ik kwam er na afloop achter dat ik mijn manuscript nog niet eens in hoofdstukken had ingedeeld, laat staan dat ik het tijdens die maand had nagelezen of geredigeerd. Ik had het plan om een novelle binnen de roman te schrijven, dat zou een boekje zijn dat de hoofdpersoon van haar vriendje kreeg waardoor ze hem opeens (maar tragisch genoeg te laat) he-le-maal begreep. Maar toen ik daarmee vastliep ben ik, om toch mijn woordenquotum te halen, begonnen aan een Engelstalig Sherlock Holmes fanfictie-projectje (als je het echt wilt weten: sherlockverhaal) dat rond de 10.000 woorden lang is geworden en waar ik geen plek voor heb binnen mijn ‘echte’ roman.

Ik zou het meedoen aan Nanowrimo dan ook niet willen aanbevelen.

Maar toch.

  • zonder Nanowrimo was dit project waarschijnlijk op de grote stapel onvoltooide romans terechtgekomen. Ik heb nu in ieder geval een eerste versie, en kan dus in alle rust een tweede versie gaan maken.
  • Als ‘beetje-vooraf plannen-veel-herschrijven’ type heb ik er baat bij om een heel ruwe versie te maken. Dit sluit aan bij mijn ‘gewone’ werkproces, alleen doe ik dan normaal wat langer over die ruwe versie waar dan nog steeds een miljoen dingen aan verbeterd moeten worden.
  • door elke dag met mijn verhaal bezig te zijn kreeg ik inspiratie. Het was meestal makkelijk om te bedenken wat er in de volgende scène moest gebeuren, omdat ik het verhaal continue in mijn hoofd had.

Bezig met een groot schrijfproject? Loopt het niet lekker of ‘kom je er niet aan toe’ (in andere woorden: maak je er nog geen prioriteit van)?

Hier mijn lessen uit Nanowrimo, zodat jij niet mee hoeft te doen:

  • Deel je werk. Zoek schrijfcollega’s op, sluit weddenschappen af op je woordenaantallen, zorg ervoor dat er een paar mensen in je omgeving zijn die aan je vragen: ‘Goh, hoe is het met je boek?’ Sluit een pact met een andere schrijver, beloof aan iemand dat hij/zij je manuscript mag lezen over een maand, bluf over hoe goed je het gaat doen, zodat het een afgang wordt als je het niet afmaakt. Optioneel: laat je werk-in-wording lezen zodat er iemand is naast jijzelf die wil weten hoe het verder gaat.
  • Kleine beetjes. Zorg ervoor dat je elke dag een klein beetje doet. Ruim er bijvoorbeeld een half uur voor in, of kijk hoeveel woorden je in een kwartier kan schrijven en maak daar je dag-doel van. Zes keer in de week 100 woorden schrijven = 31.200 woorden per jaar.
  • Neem het serieus. Hoe belangrijk is het voor je om aan dit project te werken? Geef het die ruimte, in je agenda en in je hoofd. Zeg er iets voor af als dat moet. Trek de stekker uit de tv, of blokkeer internet op je telefoon. Ik hoor wel eens dat mensen er eerder voor opstaan. Dat vind ik zelf véél te ver gaan, maar als avondmens ben ik er wel eens later voor opgebleven.
  • Denk in fases. Vooral bij beginnende schrijvers zie ik vaak dat ze alles tegelijk goed willen doen en hierdoor vast lopen. Als je houdt van plannen, maak dan eerst een plan. Als je veel geeft om stijl, schaaf dan uitgebreid aan je zinnen, maar als je aan het schaven bent, negeer de structuur van je hoofdstuk. Wees je bewust van je focus. Als je aandacht afdwaalt naar iets waar je op dat moment niet mee bezig wilt zijn, roep jezelf dan terug en denk ‘dat repareer ik later wel’. Dit kun je ook binnen je schrijfsessies toepassen, bijvoorbeeld: eerst teruglezen wat je de vorige keer hebt geschreven, daar aanpassingen in doen, dan plannen wat je deze keer gaat schrijven, dan dat schrijven zonder te redigeren.

 

Heb je zelf ook productiviteitstips voor schrijvers die niet aan Nanowrimo doen? Deel ze hieronder in de comments! Laten we ervoor zorgen dat het deelnemersaantal volgend jaar lager ligt, type-blessures hierdoor voorkomen worden en de wereldwijde koffieconsumptie in November geen verdachte piek meer vertoont.

Dylan wint Nobelprijs

Maar is het Literatuur? Ik ben al jaren Dylan-fan, en schreef in 2008 over Dylans ‘podiumpoëzie’ voor een thema-nummer over taal en muziek van Mens en melodie. Voornamelijk omdat mijn lieftallige echtgenoot (toendertijd de uitgever van dat blad) Dylan niet kan uitstaan. Voor alle haters & bewonderaars deel ik hier het artikel: artikeldylanmmp10001 (pagina 1) + artikeldylanmmp2 (pagina 2).

 

 

Onderzoek

De afgelopen twee jaar heb ik gewerkt als onderzoeksmedewerker bij het Huygens ING (KNAW).

Voor het project ‘Het literaire werk 2.0’ onderzocht ik hoe we het ontstaan van hedendaagse, (deels) digitale, literaire teksten zouden kunnen documenteren en analyseren.

Bij het project ‘Beyond the book’ heeft een multidisciplinair team de culturele bagage in/achter een literaire tekst geoperationaliseerd tot een wikipedia-tool. Ik heb bij dit project literatuuronderzoek gedaan en boekenvakkers geïnterviewd over het omgaan met culturele achtergrondkennis.

 

Voorproefje nr. 1

Dubbelblind 

ik
weet niet wat ik doe en jij 
weet niet wat ik doe
zwarte doos om later open te breken
lezers met koevoet kunnen zich melden bij de balie

ik was je met mijn tong
weet niet waar jij begint en ik eindig
hou pas op als dit dier gaat slapen
we gaan nergens heen
en snel ook

‘Ik heb er een hekel aan als de vierde wand van het gedicht doorbroken wordt,’ zei ik tegen de schrijver van dit gedicht. als ik rechtstreeks aangesproken word of in een gedicht over ‘dit gedicht’ lees, voelt het alsof ik op heterdaad betrapt word bij winkeldiefstal. Alsof ik met mijn zakken vol goedkope lippenstiften de Hema uitloop en er opeens een hand op mijn schouder drukt. ‘oh, dat heb ik nou helemaal niet’ antwoordde ze. ‘en, vergelijk je mijn teksten nou met goedkope lippenstiften?’

beter het niet te weten, mompel ik 
ik wil mezelf vergeten
‘gatver, je rijmt’

 

[uit mijn nieuwe bundel Het moeten eenhoorns zijn]

Nieuwe bundel in aantocht

In het voorjaar van 2014 gaat mijn tweede bundel Het moeten eenhoorns zijn verschijnen bij uitgeverij AtlasContact. Ten eerste: HOERA! Ten tweede hier op mijn blog de komende tijd misschien wel enige actie, wie zal het zeggen. Bij deze vast een prematuur geboortekaartje, ook wel bekend als ‘aanbiedingstekst’.

 

Een vrouw en een man draaien rondjes om de zon, er vindt een anti-huwelijk plaats en iemand bevriest van verlangen. Een engel gaat er op vakantie, een meisje verandert in een adaptor en een draak wiekt boven een woonwijk, zijn klauwen al uit. Welkom in de bundel Het moeten eenhoorns zijn*, waar goede bedoelingen en nobele idealen telkens weer  botsen op de absurde chaos van het leven.

Floor Buschenhenke schrijft poëzie en proza. Ze is ook tekstschrijver en schrijfcoach. In 2009 verscheen haar poëziedebuut Eiland op sterk water, waarin haar eigenzinnige kijk op de wereld vorm kreeg. Het moeten eenhoorns zijn is wilder en zelfverzekerder. Dit zijn gedichten waarin je met een gerust hart kunt verdwalen.

 *Disclaimer: Bij het schrijven van deze bundel raakten geen eenhoorns gewond.