Ai…

Sinds vorige week dinsdag ben ik ziek. Koorts, keelpijn, hoesten, een ouderwetse griep dus. En helaas, daar was mijn deadline niet tegen bestand.. Op 1 april moest ik aan de 50.000 woorden zitten, ik zit nu op: 44.100. En het is al de 4e vandaag. Ik voel me nog steeds niet fit, maar wel een stuk beter, en ga maar gewoon stoïcijns verder typen vandaag. 

Advertenties

Slow-mo Nanowrimo vragenvuur

Yo homies,

Dat zegt ook niemand meer hè? Jammer, ik vond die nep-straattaal wel leuk. Keiharde cijfers eerst: woordenaantal project nu op 42.000. Zoals gewoonlijk klein beetje achter op schema, maar ik ga de deadline van komende zondag ( nog 8000 woorden erbij ) vast wel halen. Zoals een criticus op Jack Kerouacs On the Road opmerkte: ‘It’s not writing, it’s typing.’ Oftewel; het gaat nergens over, maar de pagina’s komen wel vol. Als mensen vragen: ‘Hoe gaat het met je boek?’ antwoord ik met mijn keiharde cijfers van dat moment. Lastigste vraag die ik te horen krijg: ‘Waar gaat het over?’ Dan krijg ik een glazige blik in mijn ogen en mompel iets over het leven en liefde en oh ja, doodgaan, en zingeving, en dat soort dingen, weet je wel, makker. Aan de elevator pitch wordt pas gewerkt als de tweede versie af is. Ergens rond Sint Juttemis dus.

Andere lastige vraag die ik van de week kreeg, in de klas bij mijn zoontje tijdens het ouder-inloop-kijk-uurtje, kwam van een vriendje van mijn zoon. 9.15, ik was de laatste ouder die in het  lokaal was. ‘Waarom ben jij hier nog? Moet jij niet werken?’ vroeg hij wantrouwend. Toen ging hij zelf verder: ‘Oh nee, jij werkt toch hier?’ Dat omdat ik als klassemoeder wel eens op school ben. Deze vraag was vooral pijnlijk omdat mijn innerlijke criticus hem ook vaak aan me stelt. ‘Wat doe jij hier, moet jij niet werken?’ Is een boek schrijven werken? Ik weet het niet. Mocht je het werk willen noemen, dan is het onzichtbaar, onbetaald, ondoorgrondelijk werk waarbij het niet duidelijk is wat ik zelf doe en wat er buiten mij om gebeurt, aan inspiratie, binnenvallen en personages die er eigen ideeën over het verhaal op na houden. Wat dat betreft lijkt het wel wat op het moederschap, dat ik ook geen werk zou willen noemen, maar een relatie. Liefde en aandacht, dat heeft elk verhaal nodig om te groeien.

– Oh man, dat is ook geen chille manier om een blog te eindigen. Sjeesus.

– Gooi die sokken in de wasmand en houd je hier verder buiten, ja? Is je huiswerk al af?

nog 50 dagen te gaan

Zo… Slow-mo Nanowrimo update. De woordenteller staat op 36.220,  dat is redelijk op schema. In mijn queeste naar een plot heb ik besloten de chronologie en logica even los te laten en eerst een fragment te gaan schrijven dat me ‘leuk’ lijkt, zonder eerst de (vele, vage) lijnen tussen dat fragment en de rest van het verhaal te schrijven. Leermomentjes de afgelopen tijd:

  • Ik zit ermee wanneer ik dingen uit mijn echte leven ‘jat’ voor het verhaal. In mijn gedichten gebruik ik ook vaak uitspraken die ik heb afgeluisterd, locaties waar ik ben geweest, autobiografische gebeurtenissen als beginpunt, enz enz. Maar daar zit ik er niet zo mee (gewenning?), terwijl ik nu bij het schrijven van fictie me onbehaaglijk voel als ik weer eens rijkelijk jat, steel en plunder uit het ‘echte’ leven. Terwijl ik aan een tekst werk die waarschijnlijk nooit never iemand mag lezen. Toch geeft het constante mengen van herinneringen, observaties en fantasie me de kriebels, vooral als het over de personages gaat. Maar ik kan alleen in fictie oprecht over mijn werkelijkheid schrijven. En juist dat ‘oprechte’ geeft ongemak en is tegelijk een kompas dat me vertelt dat ik op de goede weg ben.
  • Dit hele project is een oefening in het tolereren van onbehagen. Ik ben een verwend nest en het kost me moeite het onbehagen te laten voor wat het is, en toch door te gaan met wat ik wil doen.
  • Eten terwijl je schrijft is geen goed idee. Want je hebt nauwelijks door dat en wat je aan het eten bent. Zonde van die lekkere chocola. (Green & Black’s 85% puur, met vanille)

Nu denken jullie dat het allemaal kommer en kwel is, maar dat is het helemaal niet! Ik doe deze weken precies wat ik graag wil doen. En als ik over een paar maanden mijn carrière (haha) weer heb opgepakt en elke ochtend in mijn mantelpakje tussen de andere kantoorbewoners in een te kleine lift sta op weg naar de top (haha in het kwadraat), dan zal ik met weemoed denken aan dit maffe projectje dat helemaal nergens toe leidde.

Hier nog het motiverende citaat van de week:

Think of your first draft as the clay, not the sculpture

Het komt uit een leuk artikel op writersdigest.com over het schrijven van de eerste versie van je roman.

Slow-mo Nanowrimo eerste deadline

Gisteravond rond 21.00 (dus ruimmmm binnen de deadline, want die lag op 24.00) tiepte ik het 25.000ste woord van mijn verhaal. Ik moest deze week flink doortiepen om het te halen, maar dat was eigenlijk wel prettig. De deadline hijgde in mijn nek, en ik zat lekker ‘in’ het verhaal omdat ik er elke dag aan werkte. De beloning die op me wachtte hielp ook mee. Ik word getrakteerd op een weekendje weg met mijn lieftallige echtgenoot (en een notitieboekje voor de plotideetjes. Als ze komen, wil ik wel goed voorbereid zijn).

Tussen het tiepen door las ik een paar interessante schrijfgerelateerde artikelen:

  • On not putting yourself out there‘ door Stacy May Fowles, een Canadese schrijfster. Over jezelf als schrijver verkopen door je privéleven te delen met je publiek. En wat als je dat niet wilt.
  • Mannen en vrouwen en literatuur‘ door Michelle van Dijk. Over ‘literaire emancipatie’ en ‘kijken als een man’. Mooi genuanceerd stuk.
  • En Ian McEwan schreef een persoonlijk essay, ‘When faith in fiction falters‘ (zijn geloof in alliteratie heeft nooit een deuk opgelopen, denk ik dan). Over de zin van romanschrijven. Met hoopvol einde.

Nog twee maanden en 50.000 woorden te gaan. Ik klamp mij de komende weken vast aan dit blog met schrijfadvies van Rinske Verberg, uit de loopgraven der romanproductie;

Well, what I want to leave you with is DON’T PANIC. You are trying to write this book for a reason. Something is calling you to do it, and that means that that ‘something’ is already there, even if you can’t feel it right now.

Slow-mo Nanowrimo update

Zo, hallo. Na een paar dagen relaxen, een paar dagen keelontsteking en wat minder schrijftijd omdat het  voor oudste zoon ‘voorjaars’-vakantie was, wordt het nu toch stressen om de eerste grote deadline te halen. Voor 1 maart moet ik op 25.000 woorden zitten. Ik zit nu op 17.500. Wat ik geleerd heb deze weken (want ik doe dit niet alleen voor mezelf, hé… Nee, ik doe dit ook voor jullie, mensen van het Internet.):

  • ‘een paar dagen relaxen’ wat schrijven betreft is geen optie. Er zijn genoeg onvoorziene dingen die voor vertraging zorgen. Om dan ook nog bewust te lummelen is niet zo slim.
  • Mijn bioritme en mijn levensstijl botsen wel eens. Ik ben een avondmens en word elke ochtend om 6.30 wakker. Ik ben ook een avondschrijver. Het schrijven gaat ’s avonds namelijk echt veel beter dan overdag. Dat is dus niet handig.
  • Het plot is een klein beetje verder in de lengte gegroeid, ik werk echter nog steeds vnl. in de breedte. Dat wil zeggen: ik kleur in wat ik in grote lijnen al in mijn hoofd had. Heb dus nog steeds niets over plot geleerd.

Goed, 1 maart bericht ik jullie over mijn eerste deadline! (Geen bezoek, geen bloemen.)

Ter afsluiting een zonnige quote van Neil Gaiman.

The world always seems brighter when you’ve just made something that wasn’t there before.

Slow-mo Nanowrimo; de eerste week

Na ruim een week schrijven zit ik op 9133 woorden. Dat is goed op schema. Ik ben nu aan het uitschrijven wat ik van te voren al bedacht had, over een week of twee wordt het crisis, want dan moet ik iets met het plot gaan doen. Plot, heb ik geleerd, is niet mijn sterke kant. Oeverloze mijmeringen, beschrijvingen van het weer, innerlijke conflicten, daar zal ik waarschijnlijk het grootste deel van die 75.000 woorden aan besteden.

Ik heb deze week al een paar dingen geleerd:

– ik ben nog beter in schrijfontwijkend gedrag dan ik al dacht

– internet is wat dit betreft staatsvijand nr. 1

– als ik het programma Freedom aanzet is het geen probleem om mijn woordenquota te halen. Freedom blokkeert het internet op je computer. Je voert in hoelang je zonder internet wil/moet, en dan kan je er ook echt niet op tot de tijd om is.

– De sociale druk werkt geweldig. Op het schoolplein, tijdens literaire avondjes, thuis, op facebook, overal word ik met mijn prozaprojectje geconfronteerd.

– Het is leuk, en de momenten dat het niet leuk is, is het op zijn minst heel interessant, om met een lang verhaal bezig te zijn. Het voelt als verdwalen in een grote, vriendelijke stad.

Als afsluiting, dit citaat van Esther Gerritsen in het blad ‘Schrijven’:

Eén schrijftip: wees in eerste instantie niet bezig met de vorm. Die komt wel. Zelf schrijf ik alles eerst heel expliciet op, ongeacht show of tell. Dan weet ik tenminste waarover ik het heb. Denk: vandaag ga ik een kutboek schrijven. Deze zin is kut. En die alinea is nog erger, totdat je merkt, hé, nu wordt het interessant. Daarmee ontsla je jezelf van de gedachte: is het wel goed wat ik opschrijf? Nee, natuurlijk is het niet goed, maar je gaat wel dóór.”

 

Slow-mo Nanowrimo begint vandaag

Een van mijn ‘schrijfdoelen’ voor dit jaar is het schrijven van een roman. Ik ben al vaak begonnen, maar rond hoofdstuk drie geef ik het dan weer op. Ik laat zo’n project eerst een week liggen (even geen zin), nog een week (drukdruk), dan lees ik het een maand later nog eens en zegt het me allemaal niks meer.

Om het deze keer wel te laten lukken, heb ik de kunst afgekeken bij Nanowrimo. Daar schrijven mensen 50.000 woorden proza in de maand november. Ik ga net als de nanowrimo-ers puur voor de kwantiteit, niet de kwaliteit van de tekst. In drie maanden ga ik 75.000 woorden schrijven. Dat is per week zo’n 6000 woorden.

Ik ben gevoelig voor deadlines, beloningen en sociale druk. Daarom heb ik met mijn lieftallige echtgenoot tussentijdse deadlines afgesproken met bijbehorende beloningen. (De aard van deze beloningen laat ik even aan jullie fantasie over). De sociale druk hoop ik op te voeren door hier elke donderdag verslag te doen van mijn vorderingen. Voor je wekelijkse portie leedvermaak moet je dus hier zijn.

 

Spectatron 2000

het zolderraam van m’n hart

waait weer eens open

en je sneeuwt naar binnen

 

kunnen we een machine uitvinden hiertegen?

één momentje, op tv haalt Sport Billy z’n tas tevoorschijn

het apparaat springt van het scherm de kamer in

knipoogt naar me met zijn knipperlichtjes,

de lopende band loopt

 

er zijn meer eekhoorns nodig,

want het eerste diertje ligt al open

van zijn koppie tot zijn staart

even kijken wat de darmen te zeggen hebben:

het komt voorlopig niet goed met de huizenmarkt. en je moeder heeft niet lang meer. morgen schijnt de zon.

 

mm.

de volgende dan maar:

iemand van sneeuw moet je niet vast willen pakken. Maar je doet het toch. goud is nog steeds een goede investering.

 

dit gaat zo een tijdje door, terwijl een groeiende rij

dode eekhoorns pissig toe staat te kijken

harde blauwe maan, wat vind jij er nou van?

harde blauwe maan schuift een schaduw naar voren

de schaduw van dingen die komen gaan

 

in een stil moment lees ik de gebruiksaanwijzing door

KUT. het moeten éénhoorns zijn

 

ik ram de hendel naar boven

sla de lakens voor je open

trek mijn winterjas maar aan

onze kleine ijstijd gaat beginnen